Listen:
Inflections of 'wed ' (v ): (⇒ conjugate )weds v 3rd person singular wedding v pres p wedded v past wed v past wedded v past p wed v past p
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
Wed, Weds, Wed., Weds. n written, abbreviation (Wednesday) (woensdag ) wo afk Maria made a note: Wed, 12.30, meet Jean for lunch.
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
wed ⇒ vi formal or dialect (get married)trouwen, huwen onoverg.ww (formeel ) in het huwelijk treden, in de echt treden frase The two young people plan to wed on Saturday. wed [sb] ⇒ vtr formal or literary, literal (get married to)trouwen overg.ww (formeel ) zich in de echt verbinden frase wed [sb] vtr formal, literary (officiate at marriage of) (formeel ) in de echt verbinden frase huwen overg.ww
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
wed, wedded adj (married) getrouwd, gehuwd bn Robert and Felicity have been wed for thirty years. wed [sth] to [sth] ⇒ vtr figurative (unite, combine)verenigen overg.ww
Overeenkomende vermeldingen van de andere kant van het woordenboek
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
trouwen onoverg. ww (huwen) get married v expr marry vi (archaic ) wed vi
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
trouwen met ww+vz (in het huwelijk treden met) marry, wed vtr
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
trouwen onoverg. ww (huwen) get married v expr marry vi (archaic ) wed vi
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
trouwen met ww+vz (in het huwelijk treden met) marry, wed vtr