Listen:
From the verb charge : (⇒ conjugate ) charged is: ⓘClick the infinitive to see all available inflections v past v past p
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
charged adj (with electricity) geladen bn Protons and electrons are charged particles. charged adj figurative (atmosphere)geladen, emotioneel, beladen bn The air was charged with tension from the couple's recent argument.
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
charge ⇒ vtr (ask for money) (ergens een betaling voor vragen ) aanrekenen, rekenen overg. ww That bar charges people a dollar for a glass of water. charge vtr (debit an amount) in rekening brengen overg. Ww op de rekening zetten Just charge the bill to my account. charge vtr (accuse) (in staat van beschuldiging stellen ) beschuldigen overg. ww The police charged the man with a crime. charge n (fee) kosten nw mv prijs, boete nw de The video rental shop has a late fee charge. charge n (accusation) beschuldiging nw de (juridisch technisch ) tenlastelegging nw de John was innocent of the charges against him.
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
charge n (debit) aanslag, post, kost nw de There are extra charges on my account. charge n (load) last, belasting, lading nw de This is heavy charge for such a small car. charge n (order) bevel nw het opdracht, taak nw de The soldier was unimpressed by his charge to clean the whole barracks. charge n (duty) taak, opdracht nw de The corporal's charge was to clean the floor. charge n (military attack) charge, aanval nw de Pickett's charge was an important event in the American Civil War. charge n (control) leiding nw de The manager has charge of two shops. charge ⇒ vi (rush forward) aanvallen onoverg. ww oprukken onoverg. ww The bull charged again and again. charge vtr (ask as a fee) in rekening brengen, rekenen, aanrekenen overg. ww The lawyer charges clients a hundred pounds an hour. charge vtr (load) laden, beladen, belasten overg. ww The lorry was fully charged with electrical goods and could hold no more. charge vtr (order) belasten, opdragen overg. ww opdracht geven, een taak geven, overg. ww I charge you to look after the house properly while I am away. charge vtr (entrust) toevertrouwen overg. ww The sergeant charged the corporal with command of the squad. charge vtr (rush towards) aanvallen overg. ww The other team charged the quarterback.
Overeenkomende vermeldingen van de andere kant van het woordenboek
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
aangerekend bn (op de rekening) charged v past p geladen bn (van vuurwapen) loaded adj charged adj
Samengestelde woorden: WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
beladen met bn+vz letterlijk (volgeladen met)loaded with adj + prep charged with adj + prep burdened with adj + prep geladen sfeer bn+nw de (vijandige sfeer) (figurative ) charged atmosphere n
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
beschuldiging nw de (het beschuldigen) accusation n charge n heffing nw de (het heffen) levy, charge, imposition n kost nw de (prijs) cost, expense n charge n last nw de (vracht) load n burden n charge n in rekening brengen overg. uitdr. (aanrekenen) charge vtr rekenen overg.ww (in ruil vragen) charge, ask vtr
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
beschuldigen overg.ww (de schuld geven van iets) blame vtr accuse vtr charge vtr
Samengestelde woorden: WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
aan het hoofd staan van overg. uitdr. (leiden, baas zijn van) be at the head of v expr be in charge of v expr run vtr aan het roer staan onoverg. uitdr. figuurlijk (leider zijn) (figurative ) be at the helm v expr be in charge v expr belast bn (een taak hebbend) responsible for adj + prep in charge of expr belasten met ww+vz (een opdracht geven) put in charge of v expr make responsible for v expr de leiding hebben onoverg. uitdr. (de baas zijn) be in charge v expr lead vtr service nw de (kosten van bediening) service charge, service fee n ten laste leggen overg. uitdr. (juridisch: beschuldigen) charge with vi + prep