Listen:
From the verb stone : (⇒ conjugate ) stoned is: ⓘClick the infinitive to see all available inflections v past v past p
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
stoned adj slang (on drugs) (softdrugs ) stoned bn (harddrugs ) high bn Steve was stoned after smoking marijuana all day.
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
stoned adj UK (on alcohol)dronken bn zat bn Tina's stoned; she's had far too much to drink.
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
stone n (rock) steen nw de Use that stone there to hold the door open. stone n (pebble) kiezelsteen nw de kei nw de The garden path is covered with small white stones. I have a stone in my shoe. stone n (huge rock) steen, kei nw de Have you seen the huge stones at Stonehenge? stone n (building material) natuursteen nw de, ont. The castle is made of stone, not brick. stone n (precious gem) edelsteen, steen nw de The ring has many precious stones around a beautiful diamond. stone, plural: stone n UK (body weight: 14 lb) (Engelse maat 6,35 kg ) stone nw de I weigh almost fifteen stone.
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
stone n (tombstone) grafsteen, zerk nw de His stone has a sad inscription on it. stone n (hailstone) hagelsteen nw de The hailstorm had stones the size of golf balls. stone n (gallstone) niersteen, galsteen nw de He had kidney stones, and suffered great pain. stone ⇒ vtr (throw rocks at) stenigen overg.ww stenen gooien naar ww+vz The protesters sometimes stone the police.
Overeenkomende vermeldingen van de andere kant van het woordenboek
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
high bn (drugs) (informal ) high, stoned adj drugged adj
Samengestelde woorden: WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
stoned worden bn+onoverg. ww (drugs: onder invloed raken) get stoned, get high vi + adj
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
steen nw de (mineraal) stone n rock n steen nw de (materiaal om te bouwen) stone n brick n cobble, cobblestone n steen nw de (juweel, edelsteen) stone n gemstone n jewel n steen nw de (medisch: niersteen) (in the kidney ) stone n steen nw het, de, ont. (harde delfstof) stone n
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
stenen bn (van steen) stone adj brick adj baksteen nw de fig. (volumetrisch zwaarder dan water) (as in: sink like a stone ) stone n Als hij ooit in het water terecht komt, dan zinkt hij als een baksteen.
Samengestelde woorden: WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
de eerste steen werpen onoverg. uitdr. figuurlijk (als eerste een beschuldigende vinger opsteken) (figurative ) cast the first stone v expr edelsteen nw de (kostbare steen) gem, gemstone, jewel n precious stone n natuursteen nw de, het, ont. dimension stone n op steenworp afstand bw figuurlijk (dichtblij, vlakbij) (figurative ) stone's throw away adv steps away adv tegel nw de (vloersteen) tile n paving stone n twee vliegen in één klap slaan onoverg. uitdr. figuurlijk (een dubbel resultaat behalen) (figurative ) kill two birds with one stone v expr